De hypotheekrenteaftrek, het “H”-woord gaat misschien verdwijnen. Maar hoe en waarom?

De hypotheekrenteaftrek verdwijnt, maar hoe en waarom? 

Nederlanders hebben de twijfelachtige eer om de hoogste hypotheekschuld ter wereld te hebben. Dat wordt althans door vele journalisten beweerd. Als we alléén maar naar die hypotheekschuld van 645 miljard euro zouden kijken dan zou dat misschien ook nog wel eens kunnen kloppen. Als we alle aan de hypotheek gekoppelde levensverzekeringen, beleggingen, spaarverzekeringen en bankspaarrekeningen, kortom alle vermogensopbouw bestanddelen, van de hypotheekschuld aftrekken, dan zijn we ineens geen kampioen lenen meer. Op dit moment hebben we naar schatting honderden miljarden op deze wijze gespaard. We staan namelijk ook bekend als een zeer spaarzaam volk dat, naast de vaak verplichte vermogensopbouw die aan de hypotheek is gekoppeld, ook nog flink spaart. Zeker in deze crisistijd komt dat goed van pas. Als we dan ook nog de totale woningwaarde van 1.000 miljard in de berekening betrekken dan valt het allemaal reuze mee.  

Ons belastingstelsel is er op gericht, dat het handhaven van de hypotheekschuld tot het einde van de looptijd, erg rendabel is. Op het einde komen alle spaar- beleggingsproducten tot uitkering en worden vaak verplicht gebruikt om de hypotheek af te lossen. Tussentijds aflossen op de hypotheek is niet interessant. Het belastingvoordeel wordt hierdoor minder. En  met z’n allen hebben we een gezonde instelling om het liefst , binnen de regels, zo min mogelijk belasting te betalen.

Om de hypotheekaftrek te beperken heeft de regering al lang geleden (1893) een plan bedacht om die stiekem toch te beperken: het eigenwoningforfait. Dit is een denkbeeldig inkomen dat een eigenwoningbezitter moet optellen bij zijn inkomen uit werk en woning in box 1 en waardoor hij meer belasting moet betalen. Het eigenwoningforfait is vastgesteld op een percentage van de WOZ-waarde van de eigen woning. Het meest voorkomende percentage is 0,55 procent (dit geldt voor woningen met een WOZ-waarde van 75.000 euro of meer). Het werd in het begin ingevoerd onder de naam, huurwaardeforfait. De minister van Financiën bedacht toendertijd dat iemand met een eigen woning deze zou kunnen verhuren. Zou hij zijn woning verhuren dan zou hij – als eigenaar van de woning – inkomen kunnen ontvangen waarover hij belasting zou moeten betalen. Dit inkomen had de eigenwoningbezitter niet echt, daarom heette het ook een fictief ofwel forfaitair (= vastgesteld) inkomen. De invoering van het huurwaardeforfait stuitte op verzet, eigenwoningbezitters moesten immers belasting gaan betalen over inkomen dat ze niet hadden, men verhuurde de woning tenslotte niet maar woonde er zelf. Het feit dat men de woning niet verhuurde maar er zelf woonde deed niet ter zake aldus de overheid: wie een eigen woning had kreeg een fiscale bijtelling bovenop zijn inkomen. Ter compensatie werd (eveneens in 1893) tegenover de bijtelling van het huurwaardeforfait daarom toegestaan de betaalde rente over de woning van het inkomen af te trekken.

Een andere maatregel om de hypotheekrenteaftrek te beperken is de maximering van deze aftrekmogelijkheid voor een periode van 30 jaar. Een regel die in 2001 is ingegaan. Voor àlle hypotheken gold vanaf dat moment, dat de hypotheekrente nog maar voor 30 jaar mocht worden afgetrokken. Voor de hypotheken die toen liepen is de rente dus nu nog maar 19 jaar aftrekbaar. 

Een tussentijdse aflossing beperkt ook onmiddellijk de hypotheekrenteaftrek. Stel iemand lost 20.000 euro af op zijn hypotheek. Een maand later begeeft de auto het geheel onverwacht en wil hij het afgeloste bedrag weer terughebben. Buiten het praktische feit om dat dit als een hypotheekverhoging wordt gezien en net zo gemakkelijk of lastig te regelen is als een eerste hypotheek, stelt de fiscus dat de rente over deze 20.000 euro niet mag worden afgetrokken in box 1. Het is een consumptieve lening en mag wel als schuld worden opgegeven in box 3.

In 2010 kostte de renteaftrek de schatkist ongeveer 11 miljard euro. Dit jaar hebben wij in een brief aan minister de Jager een voorstel gedaan om niet de hypotheekrente aftrekbaar te laten zijn maar juist het aflossen hiervan. Aflossen maakt huishoudens én banken veel minder kwetsbaar. Onze lijfspreuk is niet voor niets: ”De beste hypotheek is géén hypotheek”. Zorg ervoor dat je op tijd jonge mensen leert dat ze spaargeld moeten hebben als ze een huis willen kopen. Stimuleer het sparen voor een eigen huis. Maak het aantrekkelijk door het geven van een bonus. Deze kunnen betaald worden uit de maatregelen om de hypotheekrenteaftrek te beperken.

De hypotheekrenteaftrek zal niet in één keer verdwijnen. Maar als dit toch gebeurd dan is er in principe weinig aan de hand. Iedere bank houdt namelijk in de berekening van de maximale hypotheek al jaren rekening met de bruto maandlasten (rente en aflossing). Een bank rekent nooit met netto hypotheeklasten. Dat veel mensen er toch voor hebben gekozen om maar vooral een hypotheek af te sluiten waaraan ze alleen maar rente aan betalen (aflossingsvrije hypotheek) is hun eigen keus. De bank houdt er rekening mee dat niet alleen de rente kan worden betaald maar ook de aflossing. Dat doen ze door middel van een annuïtaire toetsing. De Nationale Hypotheek Garantie bepaalt ook op deze wijze de maximale hypotheek. Dit is niets nieuws. Zo werken de geldverstrekkers al jaren. Deskundigen willen graag een lange overgangstermijn bij het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek. Op deze manier kan iedereen er langzaam aan wennen. De inflatie en jaarlijkse loonstijgingen zorgen er ook voor dat het verlies draaglijker wordt. 

Er zijn veel manieren om de hypotheekrenteaftrek te beperken. De 5 meest voor de hand liggende zijn:

1.         Een denkbeeldig aflossingsschema volgen

2.         Een denkbeeldig aflossingsschema met extra beperkingen

3.         Verhuizen van de EWS (Eigen Woning Schuld) van box 1 naar box 3

4.         Belonen van aflossen

5.         Gedeeltelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek

1. Een denkbeeldig aflossingsschema volgen

De belastingdienst gaat er op deze manier van uit dat de hypotheekschuld in 30 jaar wordt afgelost. Elk jaar wordt de hypotheek met 1/30-ste deel verlaagd (3,33%). De hypotheekrente is alleen aftrekbaar over de denkbeeldige restschuld. Als de hypotheek ook echt op deze manier wordt afgelost dan noemen we dat een lineaire hypotheek.

2. Een denkbeeldig aflossingsschema met extra beperkingen

Het zelfde schema als in het eerste voorbeeld met extra beperkingen voor mensen met een hoog inkomen. Die zouden over een geleidelijk kleiner wordende eigen woning schuld niet 52% maar maximaal 42% van de hypotheekrente kunnen aftrekken. Het zou ook mogelijk zijn de maximale hypotheek waarvoor renteaftrek mogelijk is,te beperken tot 500.000 euro.

3. Verhuizen van de EWS (Eigen Woning Schuld) van box 1 naar box 3

De renteaftrek wordt in 10 jaarlijkse stappen overgeheveld naar box “3”. Zo is de hypotheekrente in box 1, in het 1e jaar nog voor 90% aftrekbaar, in het 2e jaar nog maar voor 80% etcetera. De rente in Box 3 is vanaf invoering vastgesteld op 4% ongeacht de werkelijke hypotheekrente die men verschuldigd is. Iedereen mag dan 30% van deze hypotheekrente aftrekken.

4. Belonen van aflossen

Bij deze variant veranderd er niets aan het huidige systeem van hypotheekrenteaftrek. De overheid gaat alleen het aflossen belonen. Als iemand zijn hypotheek met bijvoorbeeld 10.000 euro extra aflost dan ontvangt hij een bonus die ergens tussen de 500 en 1.000 kan liggen. Zo stimuleert de overheid het aflossen van de hypotheek. Dat zorgt er ook voor dat mensen minder in de problemen komen bij verhuizen. De verminderde renteaftrek loopt nog jaren door.

5. Gedeeltelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek

Een bekende Nederlandse econoom kwam met dit idee. Deze Lans Bovenberg stelt voor om de hypotheekrenteaftrek in 27 jaar te verlagen naar 20%. In de eerste 5 jaar adviseert hij de maximale aftrek van 52% naar 42% te brengen. Hier merken alleen de hoge inkomens iets van. Na die 5 jaar volgt in 22 jaar een geleidelijke verlaging naar het 20% tarief. Dit tarief is in de volksmond beter bekend als de “vlaktaks”. Hierbij betaalt iedereen in Nederland hetzelfde, lage inkomensbelastingtarief van 20%.

Enquête

Als de hypotheekrenteaftrek echt aangepakt moet worden en u de keuze heeft uit één van bovengenoemde varianten, dan zijn wij benieuwd welke variant uw voorkeur geniet. Hiervoor houden wij een enquête. De uitslag wordt op 1 februari 2012 bekend gemaakt. De link naar de enquête is: http://url.ie/dsfr