Prinsjesdag 2016: kapitaalverzekeringen

 

Prinsjesdag 2016: kapitaalverzekeringen

Prinsjesdag 2016: kapitaalverzekeringen

Het besluit tijdklemmen wordt uitgebreid en meteen wettelijk geregeld. Met tijdklemmen wordt bedoeld: als je een spaarverzekering hebt dan moet je eigenlijk minimaal 15 jaar premie betalen om belastingvrij het bedrag uit te laten keren. Die 15 jaar is een zogenaamde tijdklem. Die tijdklemmen vervallen voortaan ook bij het doorstromen naar een andere woning, zonder dat sprake is van een restschuld. Daarnaast wordt de vrijstelling in bepaalde gevallen hoger dan de eigenwoningschuld.

De laatste tijd is veel te doen geweest over de vrijstelling bij de uitkering van een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), een spaarrekening eigen woning (SEW), een beleggingsrecht eigen woning (BEW) of een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering, die wordt gebruikt voor de aflossing van een eigenwoningschuld (hierna aangeduid als KEW). Het besluit vervallen tijdklemmen leidt in de praktijk soms tot verwarring. Bij het opnemen van het besluit in de wet heeft het kabinet daarom meteen een aantal veranderingen en verduidelijkingen doorgevoerd. Zo zijn er straks vier uitzonderingssituaties waarbij de tijdklemmen op premiebetalingen of inleg mogen vervallen. Daarnaast wordt de vrijstelling van de KEW verhoogd op het moment dat je goedkoper gaat wonen.

Vervallen tijdklemmen
Om gebruik te kunnen maken van de vrijstelling bij de KEW moet minimaal 15 of 20 jaar premie zijn betaald of inleg zijn gedaan. Bij besluit BLKB 2014/2168m is geregeld dat deze termijnen (tijdklemmen) in bepaalde situaties niet van toepassing zijn. De situaties waarin de tijdklemmen mogen vervallen worden nu opgenomen in de wet. Dit geldt voor de volgende vier situaties:

  1. Bij beëindiging fiscaal partnerschap, zoals bij echtscheiding.
  2. Bij schuldhulpverlening inzake de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
  3. Bij het vervreemden van de eigen woning, waarbij direct daarna nog steeds of opnieuw een eigen woning ter beschikking staat.
  4. In de situatie dat de minister van Financiën vaststelt dat de belastingplichtige financiële problemen heeft, en als gevolg daarvan niet meer in staat is de lasten met betrekking tot zijn eigen woning te voldoen of naar verwachting binnen afzienbare tijd niet meer kan voldoen.

Punt 3 is een uitbreiding van het beleidsbesluit. In het beleidsbesluit werd alleen de situatie van het ontstaan van een restschuld bij verkoop van de eigen woning genoemd. De tijdklemmen mogen nu ook vervallen bij de verkoop van de woning (zonder restschuld). Deze aanpassing moet ervoor zorgen dat de klant niet wordt belemmerd in zijn keuze voor de optimale hypotheekconstructie.

Punt 4 is een toevoeging ten opzichte van het eerder genoemde besluit. In situaties die niet vallen onder de eerste drie punten heeft de minister van Financiën de mogelijkheid de tijdklemmen te laten vervallen.

Marijke verkoopt haar eigen woning voor € 200.000. Zij heeft een eigenwoningschuld waarvoor een KEW is afgesloten met een doelkapitaal van € 150.000. Op dit moment loopt de KEW 12 jaar en heeft deze een waarde van € 75.000. Marijke heeft een nieuwe woning aangekocht voor € 300.000. Ze wil graag een zo laag mogelijke eigenwoningschuld. Ze kan er nu voor kiezen om de KEW af te kopen en hiermee haar eigenwoningschuld te verlagen met gebruikmaking van de vrijstelling. Rekening houdend met de eigenwoningreserve van € 50.000 is de maximale eigenwoningschuld van Marijke dan € 300.000 -/- € 50.000 -/- € 75.000 = € 175.000.

Hoge vrijstelling bij goedkoper wonen
In sommige situaties is het opgebouwde kapitaal in een KEW meer dan toereikend om na vervreemding van de eigen woning de nog resterende eigenwoningschuld af te lossen. Dit kan voornamelijk het geval zijn als iemand verhuist naar een goedkopere woning. De hoofdregel is dat de vrijstelling is gemaximeerd tot de aanwezige eigenwoningschuld op het moment van uitkering. Als binnen 6 maanden na vervreemding van de oude woning de KEW tot uitkering komt, wordt de vrijstelling niet gebaseerd op de hoogte van de eigenwoningschuld, maar op de opgebouwde waarde in de KEW. Als de uitkering na deze termijn plaatsvindt, geldt de hoofdregel en wordt de vrijstelling gemaximeerd op de aanwezige eigenwoningschuld op het moment van uitkeren. Om van de vrijstelling gebruik te kunnen maken moet de eigenwoningschuld worden afgelost.

Henk verkoopt zijn woning voor € 250.000. Hij had een eigenwoningschuld van € 150.000 waarvoor hij een KEW heeft afgesloten. Bij verkoop bedraagt de waarde van de KEW € 80.000. Henk koopt een nieuwe eigen woning van € 175.000 en gaat hiervoor een eigenwoningschuld van € 75.000 aan. Op basis van de hoofdregel is bij uitkering van de KEW maximaal € 75.000 vrijgesteld. Het rendement in het meerdere is belast. Op basis van de nieuwe regeling kan Henk binnen zes maanden na vervreemding van de woning de KEW toch volledig onder de vrijstelling laten uitkeren. Met € 75.000 lost hij dan de eigenwoningschuld af. Over het overige kan hij vrij beschikken. Maakt Henk hier geen gebruik van, dan geldt bij latere uitkering de hoofdregel, en is dus maximaal € 75.000 vrijgesteld.

Deze nieuwe maatregel vervangt het besluit (BLKB 2014/1763) waarin was geregeld dat de  eigenwoningschuld fictief wordt verhoogd bij het tot uitkering komen, als sprake is van goedkoper wonen. Bij toepassing van dit besluit was het nodig dat de KEW minimaal 20 jaar had gelopen om gebruik te maken van de hoge vrijstelling.  De nieuwe wettelijke regeling is weliswaar beperkter in tijd, maar daar staat tegenover dat de minimumtermijnen voor het betalen/inleggen van de premie niet van toepassing zijn bij vervreemding van de eigen woning.

In de praktijk

  • De uitbreiding van het besluit tijdklemmen maakt het in meer gevallen mogelijk om de KEW onbelast tot uitkering te laten komen. Of dit verstandig is hangt altijd af van de specifieke situatie van de klant. Bespreek goed de voor- en nadelen van het laten vervallen van de tijdklemmen.
  • Ook als de klant goedkoper gaat wonen, kan het interessant zijn om de KEW toch door te laten lopen. De klant kan hierbij gebruik maken van de vrijstelling in box 3 om belastingvrij te sparen. Als later een nieuwe eigenwoningschuld wordt afgesloten voor bijvoorbeeld verbouwing of doorstromen naar grotere woning kan met de uitkering deze eigenwoningschuld op een later tijdstip worden afgelost.
  • Om gebruik te kunnen maken van de vrijstelling moet in alle gevallen de eigenwoningschuld zoveel mogelijk worden verlaagd.

Bronnen:
Rijksoverheid – OFM 2017
Rijksoverheid – besluit kapitaalverzekeringen
Rijksoverheid – beleidspunten KEW