Middelen, leuker kan de belasting het niet maken!

Evaluatie middelingsregeling (IB2001)

In een onderzoeksrapport is nader ingegaan op de evaluatie van de middelingsregeling (inkomstenbelasting). Het kabinet zal dit rapport betrekken bij het onderzoek naar bouwstenen voor stelselverbeteringen in het voorjaar van 2019. Bij dit onderzoek zal vanuit een breder perspectief gekeken worden naar mogelijkheden om het belastingstelsel eenvoudiger, doeltreffender en doelmatiger te maken.

Het blijkt dat jaarlijks circa 50.000 belastingplichtigen gebruik maken van de middelingsregeling en dat dit tot een budgettair beslag van tussen € 70 mln. en € 90 mln. leidt. De gemiddelde middelingsteruggave ligt tussen
€ 1.550 en €1.700, maar de mediaan (de middelste waarde) ligt een stuk lager op ongeveer €900. Dit komt doordat het grootste gedeelte van de middelingsteruggaven (circa 27.000) kleiner is dan € 1.000, maar er daarnaast jaarlijks ook ongeveer 3.000 gevallen zijn waarbij belastingplichtigen meer dan € 5.000 terugkrijgen.

Ondernemers

Gemiddeld maken elk jaar iets meer niet-ondernemers (circa 28.000) gebruik van de regeling dan ondernemers 1 (circa 21.000). Omdat er in Nederland veel meer mensen in loondienst zijn dan ondernemers, is het relatieve gebruik bij ondernemers wel veel groter: 2,4% van de ondernemers maakt per jaar gebruik van de middelingsregeling, tegen 0,2% van de niet-ondernemers. Verder zijn opvallend veel gebruikers van de regeling tussen de 25 en 30 jaar; dit zijn waarschijnlijk starters op de arbeidsmarkt). De middelingsteruggave is gemiddeld echter een stuk hoger bij oudere gebruikers van de regeling. Bij een uitsplitsing naar inkomen valt op dat , zoals verwacht kan worden, de meeste gebruikers van de regeling een gemiddeld inkomen hebben rond de schijfgrenzenwaar tariefverschillen optreden. Ook blijkt dat de gemiddeldemiddelingsteruggave voor hoge inkomens veel hoger is dan die van lagere inkomens.

Categorie

Uit het inkomenspatroon van de gebruikers blijkt dat 30% binnen de categorie starter(of structureel meer verdienen) valt en 28% binnen de categorie stopper (of structureel minder verdienen). Ongeveer 19% heeft een onregelmatig wisselend inkomen (bijvoorbeeld een ondernemer met fluctuerende winst), 18% heeft een incidentele piek in het inkomen (bijvoorbeeld een bonus) en 5% heeft een incidentele inkomens dip (bijvoorbeeld een sabbatical).

Gemiste kans

De benutting van de middelingsregeling is laag: 85% van de belastingplichtigen die recht hebben op een middelingsteruggave maakt er geen gebruik van! Het budgettaire beslag van de regeling zou vier keer zo groot zijn bij volledige benutting. Vooral mensen die recht hebben op een lage middelingsteruggave en/of een laag inkomen hebben,benutten de regeling nauwelijks. Ook ligt de benutting een stuk lager bij mensen in loondienst dan bij zelfstandigen.

Voorbeeld middelingsberekening

U hebt de AOW-leeftijd nog niet bereikt en u wilt een verzoek om middeling doen over de jaren 2011,2012 en 2013. In onderstaand schema zijn de belastbare inkomens uit het middelingstijdvak al ingevuld en opgeteld. De verschuldigde belastingen die op de aanslag staan, zijn ook ingevuld en opgeteld.

Jaar Belastbaar inkomen in box 1 Verschuldigde belasting
2011 € 0 € 0
2012 € 100.000 € 44.656
2013 € 20.000 € 7.417
Totaal € 120.000 € 52.073

Deel het totaal van de belastbare inkomens door 3. Het herrekende belastbaar inkomen per jaar is: € 120.000 : 3 = € 40.000. In onderstaand schema is de belasting over dat gemiddelde belastbaar inkomen per jaar herrekend met de tabel. 

Middelingstijdvak Herrekend
belastbaar inkomen 
in box 1
Herrekende belasting
2011 €  40.000 € 15.115
2012 €  40.000 € 15.105
2013 €  40.000 € 15.817
Totaal € 120.000 € 46.037

Bereken het verschil tussen de verschuldigde belasting en de herrekende belasting. In dit geval is dat: € 52.073 – € 46.037 = € 6.036. Trek hier de teruggaaf drempel vanaf (€ 545). Het bedrag dat u overhoudt (€ 5.491), kunt u bij de Belastingdienst terugvragen met een verzoek om middeling.

Bron: Rijksoverheid / Belastingdienst