Huren of kopen?

Huren of kopen?

De Nederlandse woningmarkt bestaat uit koop- en huurwoningen. De overheid probeert het eigenwoningbezit op verschillende manieren te stimuleren, onder andere door het verstrekken van subsidies en het scheppen van voorwaarden voor de realisatie van grote woningbouwprojecten. Als we de statistieken bekijken valt op dat op het platteland het eigenwoningbezit aanzienlijk hoger is dan in de steden. Ook opvallend is dat het eigenwoningbezit groter is bij klanten met hogere inkomens dan bij klanten met lagere inkomens. Het kopen van een woning kan zowel voor- als nadelen hebben ten opzichte van het huren van een woning.

Voorbeeld

Kees en Lisette gaan voor het eerst samenwonen. Zij kopen een woning voor € 220.000 k.k. (kosten koper) en sluiten voor de aankoop en de bijkomende kosten een financiering af van € 224.000. Na een half jaar besluiten Kees en Lisette uit elkaar te gaan. De woning wordt na enige tijd verkocht voor € 215.000. Zij houden een restschuld over van € 9.000.

Als Carla en Ronald de woning hadden gehuurd in plaats van gekocht, hadden zij dit vermogensrisico niet gelopen. Het voordeel ‘vermogensvorming’ dat genoemd staat bij kopen, is dan ook geen voordeel dat altijd opgaat. Maar omdat huizen op de lange termijn meestal meer waard worden en de hypotheekschuld bovendien wordt afgebouwd of afgelost na een bepaalde periode, is er meestal wel sprake van vermogensvorming.Woningbezit heeft een voordeel dat dus ook een nadeel kan zijn: vermogensvorming is een voordeel, maar daarvoor moet eerst een vermogensrisico worden genomen.

De voor- en nadelen

Kopen                                  Huren

Woning is in eigendom.                                                               Groot onderhoud voor rekening van verhuurder.

Vermogensvorming.                                                                     Kosten deel verzekeringen voor rekening verhuurder.

Vaak grotere kwaliteit woningen.                                              Lastenverlaging door overheid (huurtoeslag).

Aanpassen woning naar eigen wensen mogelijk.                   Lage woonlasten mogelijk.

Rente hypothecair krediet onder voorwaarden

aftrekbaar voor inkomstenbelasting.                                       Geen onroerendezaakbelasting.

Op termijn hypotheeklasten mogelijk nihil.                            Geen vermogensvorming.

Minder flexibel (afhankelijk van verkoop).                               Flexibel

Woonlasten stijgen jaarlijks.

Kosten onderhoud voor eigen rekening.                                 Woning vaak niet aan te passen naar eigen wens.

Kosten verzekering hoger.                                                          Lagere kwaliteit woongenot.

Mogelijk hogere woonlasten.                                                     Woonlasten blijven altijd aanwezig.

Onroerendezaakbelasting

Vermogensrisico