Een rots in de branding

EEN ROTS IN DE BRANDING

In deze tijden dat banken en verzekeringsmaatschappijen in Nederland wankelen vragen velen zich af wat er met hun geld gebeurd als het mis gaat. Banken kennen een garantieregeling tot een bepaald maximum, maar voor klanten van verzekeraars is er in Nederland  niets geregeld. Luxemburgse levensverzekeringsproducten doen wat dat betreft hun reputatie van veilige haven alle eer aan.

In Europa is Luxemburg de enige lidstaat waar een wettelijke onder staatstoezicht bestaat die de verzekeringnemer beschermt. Het sluitstuk van dat financiële beschermingssysteem is de wettelijke vereiste dat alle tegoeden van de verzekeringnemer moeten worden aangehouden bij een onafhankelijke depotbank. Die depotbank moet zijn goedgekeurd door de Luxemburgse toezichthoudende overheid, het Commissariat aux Assuarances (CAA) . De regeling staat ook bekend als de zogenaamde veiligheidsdriehoek.

Een eenvoudig voorbeeld kan de werking van de veiligheidsdriehoek verduidelijken. Een verzekeringnemer koopt een levensverzekering bij een Luxemburgse verzekeraar.

Zodra het contract is ondertekend, opent de maatschappij een bijzondere rekening ten behoeve van de afgesloten verzekeringspolis bij een depotbank. De verzekeringnemer schrijft de premie rechtstreeks over op die rekening. De verzekeringnemer behoudt een absoluut recht op zijn geld: niemand anders kan er een claim op leggen. Dat is een groot verschil met Nederland, waar alle premies bij de verzekeringsmaatschappij samenkomen in één pot en waar de verzekeringnemer zijn rechten enkel kan uitoefenen op die maatschappij.

De verzekeringsmaatschappij

Wie belegt in een Luxemburgs verzekeringsproduct, doet dat via een Luxemburgse verzekeringsmaatschappij.  De gestorte premies van een verzekeringspolis worden afgescheiden van de verzekeringsmaatschappij zelf, haar aandeelhouders en zelfs haar schuldeisers. Dat heeft als uniek voordeel dat de verzekeringnemer erop mag vertrouwen dat zijn spaargeld veilig is, zelfs indien er iets zou gebeuren met de verzekeringsmaatschappij.

De depotbank

De depotbank is het sluitstuk van de veiligheidsdriehoek. Ze moet de premies van de verzekeringspolis buiten balans houden en ze is wettelijk verplicht om de tegoeden te beschermen

in het voordeel van de polishouder. Dat betekent dat de tegoeden van een klant die werden belegd in een verzekeringspolis ook niet kunnen worden vermengd met het vermogen van de depotbank zelf. Indien de depotbank failliet zou gaan, blijven de tegoeden van de verzekeringnemer op een afzonderlijke rekening staan, waar zelfs de schuldeisers van de bank geen claim op kunnen leggen.

Dat element is cruciaal voor de bescherming van het belegde vermogen, vooral in de huidige crisistijden op de financiële markten.  De Luxemburgse wetgeving garandeert de belegger op die manier een bijzondere veiligheid. Verzekeringnemers genieten zonder limiet een maximale bescherming, terwijl gewone spaardeposito’s bij een Nederlandse bank dat maar tot € 100.000,- zijn.

Op grond van de wettelijke verplichting dat hun tegoeden aan geen enkel ondernemingsrisico mogen worden blootgesteld, noch door de verzekeringsmaatschappij, noch door de depotbank, ook als de depotbank failliet zou gaan, blijven de tegoeden van de verzekeringnemers geboekt op afzonderlijke rekeningen bij de depotbank. Bovendien houdt de verzekeringsmaatschappij een register van alle tegoeden bij dat elk kwartaal wordt overgemaakt aan het CAA.

Aangezien de depotbank een cruciale rol speelt in de hele veiligheidsdriehoek, is het ook belangrijk om stil te staan bij de selectie ervan. Meestal worden depotbanken geselecteerd op basis van hun sterkte en de hoge kwaliteit van hun dienstverlening. Elke bank die zich wil opwerpen als depotbank, moet worden aanvaard door het CAA.

Conclusie 

In de huidige onzekere tijden kan een Luxemburgs verzekeringsproduct de belegger een grote bescherming bieden.