BEDIENEN SMARTPHONE IN AUTOHOUDER TIJDENS RIJDEN IS NIET TOEGESTAAN

Onder het begrip vasthouden moet ook worden verstaan het met een hand bedienen van een telefoon terwijl deze geplaatst is in een telefoonhouder die bevestigd is op het dashboard. Dat oordeelt de Rechtbank Noord-Nederland.

De kantonrechter is van oordeel dat “betrokkene tijdens het bedienen van de telefoon, ook wanneer deze in een telefoonhouder is geplaatst, gedurende enige tijd slechts met één hand de noodzakelijke verkeershandelingen kan verrichten. Dat brengt mee dat het met de andere hand bedienen van de telefoon, waarbij niet uitgesloten is dat betrokkene bijvoorbeeld appberichten beantwoordt, danwel de sociale media aan het volgen is, betrokkene afleidt van de verkeerssituatie, maar ook dat betrokkene fysiek te veel betrokken is bij het bedienen van zijn telefoon. Hij is daardoor minder goed in staat de benodigde verkeershandelingen te verrichten. Uit de Nota van Toelichting bij het Besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (verbod handmatig telefoneren) blijkt dat juist door deze combinatie van factoren een niet te veronachtzamen risico voor de verkeersveiligheid ontstaat en is om deze reden het verbod ingevoerd.
Naar het oordeel van de kantonrechter zal, gelet op het voorgaande, onder het begrip vasthouden ook moeten worden verstaan het met een hand bedienen van een telefoon terwijl deze geplaatst is in een telefoonhouder die bevestigd is op het dashboard. Voor de kantonrechter staat hiermee vast dat betrokkene de hem verweten verboden gedraging heeft verricht en dat aan betrokkene op terechte gronden een sanctie (239 euro, red.) is opgelegd.